17 november 2022

Aanhoudend laag succes, maar hoger onderwijs biedt hoop op meer vrouwelijke patentaanvragen

Joep Bresser

Joep Bresser

Beleidsmedewerker

Stel uw vraag

Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers

Deel dit artikel

Uit de cijfers van het Europees Octrooibureau (EOB) blijkt dat in Nederland én Europa vrouwen ongelijk vertegenwoordigd zijn bij patentaanvragen. Slechts 11% van de patentaanvragen in Nederland kwam van een vrouwelijke uitvinder, wat daarmee onder het Europese gemiddelde ligt. Een grotere betrokkenheid van hogeronderwijsinstellingen en openbare onderzoeksinstellingen draagt aantoonbaar bij aan een groter vrouwelijk aandeel in patentaanvragen. 


Aanhoudend laag succes, maar hoger onderwijs biedt hoop op meer vrouwelijke patentaanvragen

Nederland in top 10 patentaanvragen maar scoort laag op representatie

De Women inventor rate (WIR), de mate van betrokkenheid van vrouwen in patentaanvragen, was voor Nederland 11% in 2019. Dit blijkt uit een rapport van het Europees Octrooibureau (EOB) over de deelname van vrouwen in innovatie. Met dit resultaat bevindt Nederland zich op de 27e plek van de 38 landen die behoren tot de European Patent Convention (EPC). Op andere terreinen scoort Nederland hoger. Zo is er een hogere vertegenwoordiging van vrouwen op het gebied van wetenschap, technologie, techniek en wiskunde (STEM). Tevens behoort Nederland tot de top 10 landen met de meeste patenten bij het EOB. Toch is de Nederlandse WIR maar matig gegroeid sinds 1990.  

Genderkloof ook zichtbaar in Europa; universiteiten en onderzoeksinstellingen goed voor balans

De percentages van de landen die horen bij het EPC laten zien dat ook op Europees niveau vrouwelijke uitvinders ongelijk vertegenwoordigd zijn. Momenteel is de WIR in Europa 13.2%, waarmee Europa lager scoort dan de VS en veel lager dan China en Zuid-Korea. Uit het rapport blijkt dat deze genderkloof erg kan verschillen per patentaanvrager. In zowel het hoger onderwijs als openbare onderzoeksinstellingen is er duidelijk een grotere betrokkenheid van vrouwelijke uitvinders bij patentaanvragen dan bij bedrijven. Verder concludeert het EPC dat vrouwen vaker betrokken worden in teams, maar ondervertegenwoordigd blijven als teamleiders. Het ondersteunen van de internationale mobiliteit van vrouwelijke wetenschappers zou helpen, want in die groep vindt het EPO ook hogere WIR-percentages. Zodoende zouden onderzoeksinstellingen en hogeronderwijsinstellingen de deelname van vrouwen in patentaanvragen nog meer kunnen stimuleren.

Context

Het Europees Octrooibureau (EOB) is opgericht naar aanleiding van het Europees Octrooiverdrag, om patentaanvragen op het Europees continent te centraliseren. Een jaar geleden bleek uit een rapport van de Commissie al dat in Europa én Nederland maar ongeveer één op tien uitvinders een vrouw is. Hierbij werd wel genoemd dat Nederland het qua mobiliteit van onderzoekers relatief goed doet, iets wat volgens EOB verbonden is aan de betrokkenheid van vrouwen bij patentaanvragen. In het actieplan voor intellectueel eigendom van de Commissie in 2020 was de stimulering van vrouwelijke patentaanvragers geen onderwerp.

 

Mede geschreven door Hannelore Schouwstra.