Na maandenlang onderhandelen en een behoorlijk aantal gemiste deadlines kwamen de EU en het VK op Kerstavond 2020 uiteindelijk toch tot een provisionele handels- en samenwerkingsovereenkomst, waarmee zij een no-deal scenario op 1 januari wisten te vermijden. Wat kennis betreft, maakt de deal de weg vrij voor Britse deelname aan het onderzoeksprogramma Horizon Europe, terwijl de Britten wat Erasmus betreft hebben beslist niet langer te zullen deelnemen. Neth-ER biedt een overzicht van wat de deal nu precies in zal houden voor onderwijs, onderzoek en innovatie.


De langverwachte Brexit-deal en de gevolgen voor kennis

Eindelijk een deal

Na maandenlang onderhandelen wisten Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Britse premier Boris Johnson na een marathonzitting tot een voorlopige handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK te komen. Dat de onderhandelingen het afgelopen jaar niet altijd even soepel verliepen, bleek wel uit de vele gemiste deadlines en bijbehorende politieke tumult, met name rond de drie knelpunten visserij, governance en level playing field. Uiteindelijk voorziet de overeenkomst belangrijke afspraken rond handel (met onder andere nultarieven en nulquota) en samenwerking op verschillende domeinen, waaronder onderzoek, klimaat en veiligheid.

Deelname aan EU-programma’s: Horizon Europe

Dankzij de overeenkomst blijft het voor het VK mogelijk om deel te nemen aan diverse EU-programma’s die openstaan voor geassocieerde landen voor de gehele periode van het huidige MFK 2021-2027, mits het VK aan de gevraagde financiële contributie voldoet. Het akkoord gaat hierbij specifiek in op Horizon Europe en stelt dat de jaarlijkse contributie zal bestaan uit een operationele bijdrage, die zal worden berekend op basis van het Britse BBP. Deze bijdrage kan in principe onder bepaalde voorwaarden achteraf worden bijgesteld, afhankelijk van de totale Britse bijdrage en succesvolle deelnamepercentages. Daar waar de EU dus de garantie krijgt op financiële bijdrages voor de gehele loopduur van het MFK, is er dus ook een correctiemechanisme onderhandeld, wat moet zorgen voor een evenwicht tussen datgene wat het VK aan het programma betaalt en wat haar onderzoekers er vervolgens ook weer uithalen. Daarnaast zal het VK een zogenaamde deelnamevergoeding moeten betalen.

Startschot officiële Horizon-onderhandelingen

Naast Horizon Europe meldt de overeenkomst ook Britse associatie tot het Euratom-programma, het ITER en Copernicus project, respectievelijk over kernfusie als toekomstige energiebron en aardobservatie en de EU Satellite Surveillance and Tracking Services. Aangezien de berekeningen voor Horizon Europe afwijken van andere berekenmethodes is het nog niet duidelijk hoeveel het VK uiteindelijk zal bijdragen aan het onderzoeksprogramma. Met het akkoord kunnen nu de officiële onderhandelingen over deelname tot het programma beginnen. Wat in ieder geval al vast lijkt te staan, is dat het VK niet zal kunnen deelnemen aan het equity-onderdeel van de European Innovation Council, die vanaf dit jaar officieel onder Horizon zal worden uitgerold. De overeenkomst betekent ook dat de EU nu vaart kan zetten achter de onderhandelingen met andere landen zoals Japan en Canada wat betreft hun associatie tot het programma.

Geen Britten in Erasmus+

Tot grote spijt van EU-onderhandelaar Michel Barnier, maar ook het Europees Parlement en velen in de Europese en Britse kennissector, heeft de Britse overheid in tegenstelling tot haar deelname aan Horizon, besloten om niet langer deel te nemen aan het nieuwe Erasmus-programma. De Commissie geeft aan dat het VK slechts aan specifieke onderdelen van het programma wilde deelnemen (met name aan mobiliteit – noot van de redactie), terwijl dit volgens de Commissie niet mogelijk is; derde landen kunnen deelnemen aan Erasmus, maar dan alleen aan het volledige programma en niet slechts aan specifieke onderdelen; geen cherry picking dus. Het VK heeft hierop beslist dan helemaal niet deel te nemen, omdat deelname volgens haar te duur zou zijn. Dit heeft niet alleen gevolgen voor mobiliteit, maar ook voor de Britse deelname in partnerschappen zoals de Centres of Vocational Excellence en het Europese Universiteiten-Initiatief. De Britse partners in de bestaande twee pilotcalls, die nog onder het vorige Erasmus+ programma vallen, kunnen deel hiervan blijven uitmaken, net zoals alle andere lopende Erasmus+-projecten met Britse partners nog volledig afgerond kunnen worden. Aangezien het VK momenteel niet langer een programmaland binnen Erasmus+ is, kunnen er dus voorlopig normaal gezien geen nieuwe samenwerkingsverbanden met Britse instellingen worden opgestart. Daarnaast moet het huidige Erasmus+-programma, dat dit jaar van start gaat, nog officieel worden aangenomen en is het dus voorlopig nog onduidelijk welke rol en status het VK wat partnerschappen betreft zal kunnen en willen spelen in de toekomst.

Brits alternatief? 

De Britse overheid heeft ondertussen al aangegeven een alternatief mobiliteitsprogramma, het Turing Scheme, uit te werken. Vanaf volgend jaar moet het Britse programma de uitwisseling van zo’n 35.000 studenten realiseren, met een gepland budget van 100 miljoen Britse pond, en is momenteel enkel van toepassing op uitgaande mobiliteit vanuit het VK. De Britten zullen zich nu moeten richten op het aangaan van bilaterale akkoorden. Het programma richt zich overigens niet alleen op uitwisseling binnen Europa, maar over de gehele wereld. De focus lijkt hierbij voorlopig, maar niet exclusief, op het hoger onderwijs te liggen. 

Geen vrij verkeer van personen meer  – gevolgen voor stage en mobiliteit

Vanaf 1 januari 2021 geldt het vrij verkeer van personen tussen de EU en het VK niet meer. Daarnaast wenste het VK geen apart hoofdstuk over mobiliteit op te nemen in de overeenkomst. Dit heeft gevolgen voor EU-burgers die vanaf 1 januari 2021 in het VK willen wonen, werken, onderzoeken en/of studeren en omgekeerd. Voor wie vóór 31 december 2021 al in het VK was, verandert er weinig, aangezien deze personen nog onder gemaakte afspraken van het terugtrekkingsakkoord vallen. Daarnaast werd er een aantal wederzijdse afspraken bevestigd; zo is er bij een verblijf van korter dan 90 dagen geen visum nodig. Wie als EU-onderdaan in een periode van 180 dagen langer dan 90 dagen in het VK wil verblijven, moet hierbij voldoen aan het nieuwe puntengebaseerde Britse immigratiesysteem. Wat gezondheidszorg betreft, zullen EU-burgers die tijdelijk in het VK verblijven, nog steeds op basis van de Europese Health Insurance Card aanspraak kunnen maken op noodzakelijke (zoals spoedeisende) zorg. Voor een langer verblijf wordt een gezondheidstoeslag gevraagd als voorwaarde voor het inreisvisum, die echter zal worden terugbetaald voor studenten. Verdere afspraken moeten hierover nog verder worden uitgewerkt. Ook blijven er nog veel onduidelijkheden over stages betreft. De Nederlandse Rijksoverheid, die momenteel de handel- en samenwerkingsovereenkomst analyseert, geeft aan dat er momenteel geen afspraken zijn rondom stages in het VK, en zal bij verder nieuws dit op haar website publiceren. Tot slot betekent de deal ook dat Britten vanaf nu hun kwalificaties moeten laten erkennen volgens de regels die gelden in de EU-lidstaat waar zij zich (willen) vestigen. Hetzelfde geldt ook voor de kwalificaties van EU-onderdanen behaald in het VK.

Wat is er nog meer bekend?

Naast afspraken rond handel en bovenstaande elementen voorziet het akkoord ook in verdere afspraken rond investeringen en concurrentie, staatssteun, fiscale transparantie, lucht- en wegvervoer, energie en duurzaamheid, visserij, gegevensbescherming en -uitwisseling en coördinatie van de sociale zekerheid. Wat duurzaamheid en klimaat betreft, geven beide partijen aan nauw te zullen samenwerken, en blijft het VK zich houden aan de eerder gemaakte afspraken onder het akkoord van Parijs. Aangezien beide partijen niet tot een overeenkomst kwamen wat betreft defensiesamenwerking, zal het VK geen toegang hebben tot beveiligde en versleutelde informatie binnen het Galileo-project. 

Overige gevolgen?

Naast bovenstaande elementen die werden vastgelegd in de voorlopige overeenkomst, zal het vertrek van de Britten uit de EU en de recent afgelopen Transitieperiode natuurlijk andere, al dan niet reeds bekende – gevolgen met zich meebrengen, óók op het gebied van onderwijs en onderzoek; denk bijvoorbeeld alleen maar al aan hoger collegegeld voor internationale studenten in het VK of de rechtsgang bij mogelijke disputen over de uitvoering van het akkoord; deze vallen immers niet meer onder de bevoegdheid van het Europese Hof van Justitie. De Rijksoverheid biedt een voorlopig overzicht van algemene veranderingen voor Nederlanders die vanaf 2021 naar het VK willen reizen.

Brexit Adjustment Reserve

Een dag na het bekendmaken van de handels- en samenwerkingsovereenkomst presenteerde de Commissie haar voorstel voor het Brexit Adjustment Reserve. Dit moet EU-lidstaten en sectoren die het zwaarst door de Brexit zullen worden getroffen, helpen bij het bestrijden van negatieve economische en sociale gevolgen. Met een totaal budget van 5 miljard euro, dat in twee fases zal worden uitgegeven, kan er volgens de Commissie extra budget in de lidstaten worden ingezet op bijvoorbeeld her- en bijscholing. Het Commissievoorstel moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad.

Context

Sinds het vertrek van de Britten uit de EU op 31 januari 2020, waarmee ook de Transitieperiode van start ging, waren beide partijen vanaf maart afgelopen jaar verwikkeld in intense onderhandelingen over een akkoord dat hun toekomstige relatie vanaf 1 januari 2021 zou moeten vormen. De Transitieperiode zou immers op 1 januari 2021 komen te vervallen. Voor de EU leidde de Commissie de onderhandelingen, met als chief negotiator Michel Barnier. Om voldoende tijd te voorzien voor officiële goedkeuring door zowel de EU-lidstaten alsook het Europees Parlement, werd gestreefd naar een akkoord tegen september. Echter, politiek tumult – met name in de Britse binnenlandse politiek -  en moeizame onderhandelingen zorgden ervoor dat er met veel moeite pas op 24 december 2020 een voorlopige overeenkomst werd bereikt. Aangezien dit niet voldoende tijd overliet voor ratificatie door het Europees Parlement en de nationale overheden van de 27 EU-lidstaten, tekende Raadsvoorzitter Charles Michel de voorlopige overeenkomst op 30 december. Hiermee werd om een no-deal scenario te vermijden beslist om het akkoord vanaf 1 januari in te laten gaan tot voorlopig 28 februari. Het EP geeft in haar persbericht al aan deze datum te willen verlengen,  zodat zij het akkoord kan ratificeren tijdens haar plenaire zitting van maart.