Subdossier: Partnerschappen

Partnerschappen combineren Europese financiering van onderzoek met geld uit andere bronnen. Met behulp van partnerschappen wil de EU Europese en nationale onderzoeksprogramma’s beter op elkaar afstemmen om zo fragmentatie en overlapping te voorkomen. Het partnerschappenlandschap in Horizon Europe verschilt flink ten opzichte van Horizon 2020: het aantal partnerschappen daalt en ook de verschillende vormen worden verminderd.


Waarom partnerschappen

In een partnerschap combineert de Commissie haar eigen financiële middelen met onderzoeksfinanciering uit andere bronnen. De partnerschappen hebben twee doelen. Allereerst wil men fragmentatie en overlapping voorkomen tussen Europese en nationale onderzoeksprogramma’s enerzijds en publieke en private onderzoeksprogramma’s anderzijds. Coördinatie met steun van de Commissie moet een betere afstemming mogelijk maken. Bovendien wil men met de partnerschappen meer investeringen in onderzoek stimuleren, voornamelijk in de private sector. De eerste Europese partnerschappen werden dan ook opgezet in de context van de ontwikkeling van de Europese Onderzoeksruimte in 2002 en 2003, die de nationale onderzoekssystemen geïntegreerd en complementair moest maken.

Versimpeling in Horizon Europe

Eén van de grote veranderingen in de overgang van Horizon 2020 naar Horizon Europe is een versimpeling van het partnerschappenlandschap. Sinds de introductie van de eerste partnerschappen in het zesde Kaderprogramma is er volgens de Commissie een wildgroei aan partnerschappen ontstaan. In Horizon 2020 mondde dit zelfs uit in meer dan 100 partnerschappen op evenveel thema’s, met acht verschillende vormen. Een “rationalisering van het financieringslandschap” is daarom noodzakelijk, aldus de Commissie in de interim evaluatie van Horizon 2020.

Partnerschappen in Horizon Europe

Horizon Europe kent drie vormen van partnerschappen:

  1. Medegeprogrammeerde partnerschappen (co-programmed). De Commissie en haar partners bepalen gezamenlijk de programmering van het partnerschap en leggen dit vast in een contract of memorandum van overeenstemming. Vervolgens voeren de partners de programmering onafhankelijk uit. Zowel de lidstaten als consortia uit de private sector kunnen als partner deelnemen. Deze vorm bouwt voort op de contractual public-private partnerships in Horizon 2020.
  2. Medegefinancierde partnerschappen (co-financed). De Commissie en haar partners bepalen gezamenlijk de programmering van het partnerschap en committeren daarbij ook een financiële bijdrage of bijdragen in natura. Vervolgens voeren de partners de programmering gezamenlijk uit. De partners zijn doorgaans nationale overheden of onderzoeksfinanciers. De vorm bouwt voort op de European Joint Programme Cofunds en ERA-NET Cofunds in Horizon 2020.
  3. Geïnstitutionaliseerde partnerschappen (institutionalised). De Commissie en haar partners kunnen alleen voor deze vorm kiezen op basis van een langetermijndimensie en als er behoefte is aan sterke integratie. De vorm en uitvoeringsstructuur wordt per partnerschap vastgelegd in een aparte verordening op basis van de artikelen 185/187 in het Verdrag van de Werking van de Europese Unie. Zowel nationale overheden als consortia uit de private sector kunnen deelnemen aan het programma, afhankelijk van de gekozen juridische basis.

Partnerschappen in Horizon 2020

Horizon 2020 financierde meer dan 100 verschillende partnerschappen op evenveel thema’s. Daarbij maakte het programma gebruik van zes verschillende vormen van samenwerking met de publieke en private sector. Hoewel Horizon 2020 in 2020 afloopt, lopen veel van de partnerschappen langer door. Zo is pas in 2020 een partnerschap over bodemgezondheid van start gegaan (European Joint Programme on Soil), dat tot december 2024 door zal lopen.

De zes partnerschapsvormen in Horizon 2020 zijn:

  1. ERA-NET Cofunds zorgen voor afstemming van nationale onderzoeksagenda’s door nationale financiers samen te brengen.
  2. Joint Programming Initiatives (JPI) brengen lidstaten en geassocieerde staten samen om een gezamenlijke onderzoeksagenda uit te stippelen.
  3. European Joint Programme (EJP) Cofunds ondersteunen niet alleen de afstemming van onderzoeksagenda’s maar ook samenwerking op het gebied van capaciteitsopbouw, netwerken en demonstratie- en disseminatieactiviteiten.
  4. Art. 185 initiatives zijn specifieke, langetermijnsamenwerkingen tussen lidstaten, met financiële steun van de EU en een eigen ondersteunings- en uitvoeringsorganisatie.
  5. In Contractual Public-Private Partnerships (cPPP) schrijft een consortium van private partijen een onderzoeksagenda voor zeven jaar. De Commissie gebruikt de agenda’s om calls te formuleren in werkprogramma’s van Horizon 2020. Deze calls zijn niet exclusief voor de partners in de cPPP, maar staan open voor iedereen.
  6. Joint Undertakings (JU) / Joint Technology Initiatives (JTI), ook wel artikel 187 initiatieven genoemd, zijn specifieke, langetermijnsamenwerkingen tussen de EU en een consortium van private partijen. Een speciale uitvoeringsorganisatie schrijft een onderzoeksagenda, die financieel ondersteund wordt door de Commissie en het consortium.

Andere Horizon 2020-instrumenten die verschillende vormen van steun aan onderzoek combineren zijn het EIT, European Cooperation in Science and Technology (COST), FET Flagships, EUREKA European Innovation Partnerships (EIP’s) en European Technology Platforms (ETP’s).

Meer informatie

Website ERA-LEARN: Partnerships in a Nutshell
Website ERA-LEARN: Types of Partnerships
Artikel Neth-ER: Partnerschappen in 2020, de stand van zaken
Artikel Neth-ER: Evaluatie Horizon 2020: focus op impact O&I

Geüpdatet op: 11/03/2020

lees meer