Op 17 maart 2021 vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats in Nederland. Als het aan het Nederlands kennisveld ligt, komt er in de verkiezingsprogramma’s een sterke nadruk op onderwijs, wetenschap en innovatie, en een sterke link met Brussel. Waarom zijn de Tweede Kamerverkiezingen ook van belang voor het Nederlands kennisveld in Europa? Dit is het eerste artikel in een nieuwe verkiezingsreeks, met een nadruk op de prioriteiten van het Nederlands kennisveld.

Wat betekenen de Tweede Kamerverkiezingen voor kennis in Europa?

Waarom de Tweede Kamerverkiezingen belangrijk zijn voor het kennisveld

Op 17 maart 2021 vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats in Nederland. De nieuwe Tweede Kamer en het kabinet bepalen met elkaar welke koers Nederland de komende jaren opgaat. Het Nederlands kennisveld vraagt daarom aandacht voor het belang van goed onderwijs en wetenschap en roept de politieke partijen op om zich in te zetten voor een sterke kenniseconomie. Een innovatieve aanpak en kennis zijn cruciaal om de grote uitdagingen op het gebied van klimaat, economie, corona en digitalisering het hoofd te bieden.

Ook tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement pleitte Neth-ER namens het Nederlands kennisveld voor extra investeringen in onderwijs en wetenschap. En dat is geen toeval, want Nederland kan niet zonder Europa. De coronacrisis bevestigt dat uitdagingen niet stoppen aan de grenzen van een land, met als voorbeeld de ontwikkeling en distributie van een vaccin. De kennissector speelt zowel op nationaal als op Europees niveau een cruciale rol in de transitie naar een digitale, groene en welvarende samenleving en in het ondersteunen van duurzaam en economisch herstel.

Verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen

Op dit moment bereiden politieke partijen zich voor op de Tweede Kamerverkiezingen: kandidatenlijsten worden samengesteld en verkiezingsprogramma's worden geschreven. In de aankomende weken kunnen we de eerste conceptverkiezingsprogramma’s verwachten en inzicht krijgen in de prioriteiten voor de komende vier jaar en de impact hiervan op het Nederlands kennisveld. Op basis van recente uitspraken van politici en campagnes van politieke partijen zijn een aantal speerpunten te verwachten. Zo is er onder andere geopperd dat 3% van het nationaal inkomen van Nederland moet worden bestemd aan onderzoek en ontwikkeling. Ook is aangekaart dat er meer ruimte moet worden gemaakt voor onderzoek in het hoger onderwijs en dat extra investeringen in het mbo-techniekpact noodzakelijk zijn.

Geen garanties voor de toekomst

Wat er uiteindelijk in de partijprogramma’s komt te staan, is belangrijk voor het Nederlands kennisveld, ook op Europees niveau. Partijprogramma’s en het coalitieakkoord bepalen immers het Nederlandse standpunt en daarmee de Europese beleidsvorming. Maar, in het verleden behaalde resultaten – of in dit geval beloftes – bieden geen garantie voor de toekomst. De uitslag van de vorige Tweede Kamerverkiezingen bleek onverwacht pro-Europees en qua samenstelling pro-onderwijs, maar in het coalitieakkoord werd vrij beperkt de verbinding gelegd tussen Europa, onderwijs en wetenschap.

Goed onderzoek en onderwijs

De hoop op garanties maakt het extra relevant dat de belangen van het Nederlands kennisveld worden meegenomen in de verkiezingsprogramma’s, zodat deze uiteindelijk in Brussel worden uitgedragen. Om de Nederlandse politiek een handje te helpen vraagt Neth-ER namens het Nederlands kennisveld om extra investeringen in onderzoek & innovatie (O&I), versterking van het onderwijs (kwaliteitseisen moeten leiden tot vanzelfsprekende erkenning van diploma's) en een focus op groen & duurzaam herstel.

Uit internationale vergelijkingen blijkt namelijk dat Nederlandse investeringen in O&I achterblijven bij die van andere kennislanden in de wereld. Nederland moet - net als de meeste andere landen in Europa - meer investeren om haar positie te behouden. Hiervoor is op Europees niveau de ambitie opgesteld om 3% van het BBP te investeren in O&I. Door nationale investeringen in onze eigen onderzoeksfaciliteiten versterken we onze kennisbasis, waardoor we meer kans maken op deelname aan en financiering uit Europese projecten. Juist dankzij meer Europese samenwerking in strategische infrastructuren krijgen we toegang tot kennis en een markt in heel Europa.

Nederland zou Europese samenwerkingsverbanden tussen kennisinstellingen moeten ondersteunen om de leerervaring van studenten en onderzoekers te verrijken, meer leermobiliteit mogelijk te maken en mondiaal de concurrentiestrijd aan te kunnen gaan. Om een internationale leerervaring voor onze studenten mogelijk te maken, moeten we de laatste obstakels wegnemen. Daarbij moeten we ernaar streven dat onze studenten erop voorbereid zijn dat een specifieke opleiding wellicht niet langer toegang geeft tot één specifiek beroep. Ook voor wie al werkt, is het blijvend ontwikkelen van kennis en vaardigheden van groot belang.

Ook bij andere globale maatschappelijke uitdagingen, zoals op het gebied van klimaat en digitalisering, is het belangrijk dat we streven naar een Europese aanpak. Zo kan Nederland met het nationaal Klimaatakkoord en andere nationale en regionale strategieën aansluiting vinden bij de Europese Green Deal en de VN Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. Kennisinstellingen spelen hierbij een grote rol, want zij zijn onmisbaar in het ontwikkelen van de technologieën, het opleiden en omscholen van talent en het creëren van draagvlak onder de bevolking.

Politieke context

De Tweede Kamerverkiezingen vinden plaats op 17 maart 2021. Als het aan het Nederlands kennisveld ligt, komt er in deze programma’s een sterke nadruk op onderwijs, wetenschap en innovatie, en is er een sterke link met Brussel. Nadat deze belangen in de verkiezingsprogramma’s zijn verwerkt, moeten we er alert op blijven dat deze prioriteiten worden meegenomen in de coalitieonderhandelingen en in de uitvoer van het coalitieakkoord. We gaan een spannende tijd tegemoet, maar eerdergenoemde signalen van de politieke partijen bieden hoop voor de toekomst.