Drie nieuwe inkomstenbronnen (‘eigen middelen') voor de EU moeten zorgen voor de aflossing van het Europese herstelfonds. Ondanks eerdere afspraken met de lidstaten zal het voorstel van de Commissie naar verwachting tot stevige discussie leiden door de politieke gevoeligheid. Zonder extra eigen middelen dreigen tekorten die ook kunnen leiden tot toekomstige kortingen op EU-kennisprogramma’s. De introductie van de nieuwe eigen middelen lijkt dus van levensbelang voor de continuïteit van kennisinvesteringen.


Nieuwe eigen middelen voor de EU: ook van belang voor kennis

Nieuwe eigen middelen  

Nieuwe inkomstenbronnen voor de EU, zogenaamde ‘eigen middelen’, zijn nodig om in de toekomst het Europese herstelfonds, dat door leningen op de kapitaalmarkt is gefinancierd, terug te betalen. De Commissie stelt voor om hiertoe drie nieuwe eigen middelen in het leven te roepen. De eerste twee betreffen een aanpassing van bestaande inkomsten uit emissiehandel en een importheffing op klimaatonvriendelijk geproduceerde producten uit derde landen. De bedoeling is dat van deze inkomsten, die nu nog nationaal worden geïncasseerd, 25 respectievelijk 75 procent naar de EU-begroting gaat. De derde nieuwe inkomstenbron betreft de invoering van een winstbelasting voor grote multinationals, waarvan de EU 25 procent zou moeten innen. Naar verwachting brengen deze tezamen 17 miljard euro per jaar in het laatje van de EU vanaf 2026. De nieuwe inkomstenbronnen zijn niet alleen bedoeld voor de terugbetaling van het herstelfonds. 25 procent van deze inkomsten zou ook moeten bijdragen aan het Sociaal Klimaatfonds, bedoeld voor een rechtvaardige transitie naar een koolstofvrije economie, bijvoorbeeld door investeringen in om- en bijscholing.

Goedkeuring lidstaten en Parlement nodig 

Om de nieuwe inkomsten te kunnen incorporeren in het budget van de EU moeten er twee wetgevingsstukken worden aangepast. Ten eerste het Eigenmiddelenbesluit, dat door de Raad moet worden goedgekeurd en waarbij het Parlement dient te worden geconsulteerd. Ten tweede de huidige verordening over het Meerjarig Financieel Kader (MFK), waarbij goedkeuring van zowel de Raad als het Parlement vereist is. De aanpassing hiervan is nodig zodat al tijdens de huidige MFK-cyclus, vanaf 2024, kan worden begonnen met afbetalen, zo’n 15 á 16 miljard euro per jaar.

Eerdere afspraken, maar politiek gevoelig

Commissie, Raad en Parlement verklaarden in het politiek akkoord over het MFK en het herstelfonds al dat de terugbetaling van het herstelfonds niet mag leiden tot bezuinigingen op programma’s. Daarom moeten er eigen middelen worden geïntroduceerd, waarmee de terugbetaling van het herstelfonds kan worden gefinancierd, zo luidt het akkoord. Omdat er nog geen voorziening was getroffen werd er feitelijk een hypotheek op de toekomst getrokken. Toch valt niet uit te sluiten dat het voorstel van de Commissie opnieuw tot stevige discussies leidt, omdat zowel de wetgeving over het Eigenmiddelenbesluit als het MFK moeizaam tot stand kwam door de politieke gevoeligheid. Zo lijkt het Nederlandse regeerakkoord bijvoorbeeld op gespannen voet te staan met de eerdere toezeggingen, aangezien ‘de nieuwe regering zich zal inzetten voor een CO2-grensheffing en een minimumtarief voor winstbelasting, maar deze in principe nationaal worden geïncasseerd’. Aan de andere kant heeft een lidstaat als Duitsland al laten blijken dat de terugbetaling van het herstelfonds onder geen beding mag leiden tot bezuinigingen op het MFK.

Belang voor kennis

Naast het aanpassen van het huidige MFK heeft het voorstel van de Commissie ook wezenlijke implicaties voor toekomstige MFK’s. Voor de kennisprogramma’s van de EU, zoals Horizon Europe en Erasmus+, is het van essentieel belang dat de EU dan beschikt over nieuwe eigen middelen. Mochten die het levenslicht niet zien zullen er immers andere bronnen moeten worden aangeboord om de subsidies van het herstelfonds terug te betalen. De totale af te lossen schuld daarvan bedraagt potentieel 388 miljard euro. Het ligt politiek niet voor de hand dat er in dit scenario gekozen zal worden voor een verhoogde afdracht van lidstaten. En dan moeten er andere keuzes worden gemaakt. Omdat de lidstaten er traditioneel een reflex op nahouden om de landbouw- en structuurfondsen te beschermen bij bezuinigingen, lopen de kennisprogramma's in potentie gevaar. Door deze reflex is in het verleden al meermaals gesneden in overige programma’s, zoals Horizon en Erasmus+. De laatste manifestatie hiervan was tijdens de begrotingsonderhandelingen voor 2022. Resumerend zijn nieuwe eigen middelen dus van levensbelang voor de kennissector om toekomstige bezuinigingen te voorkomen.

Context

De Raad zal zich voor 1 juli 2022 over het voorstel van de Commissie buigen. De bedoeling is dat de eigen middelen vanaf 2023 geleidelijk worden geïntroduceerd, zodat er al tijdens de duur van het huidige MFK kan worden begonnen met de financiering van afbetalingen van het herstelfonds. Die afbetalingen moeten in 2058 gereed zijn. Op dit moment haalt de EU meer dan 90 procent van haar inkomsten uit 4 eigen middelen: douane-inkomsten aan de buitengrenzen, btw-inkomsten, een heffing op plastic afval, en de inkomsten gebaseerd op het bnp van lidstaten. Daarnaast verdient de EU bijvoorbeeld ook aan opgelegde boetes. Eind 2023 komt de Commissie met een voorstel voor nog een set aan extra inkomstenbronnen.