16 juni 2026
Raad bereikt deelakkoord over het ECF
Matthijs Timmermans
Beleidsmedewerker
Stel uw vraag
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
16 juni 2026
Beleidsmedewerker
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
De lidstaten hebben een deelakkoord bereikt over het Europese Concurrentievermogenfonds (ECF), met een voorgesteld budget van 234,3 miljard euro voor 2028-2034. Dat blijkt uit de gedeeltelijke algemene oriëntatie van de Raad. De lidstaten krijgen meer invloed op de prioriteiten van het fonds en houden vast aan een sterke koppeling tussen het ECF en Horizon Europe. Daarmee blijft de Raad dichter bij het oorspronkelijke voorstel van de Commissie dan het Europees Parlement.
Met het European Competitiveness Fund (ECF), oorspronkelijk voorgesteld door de Commissie, wil de EU de strategische autonomie en het concurrentievermogen van de Unie versterken en innovatie sneller naar de markt brengen. De lidstaten hebben nu in een gedeeltelijke algemene oriëntatie (Partial General Approach) gereageerd op dat Commissievoorstel: een voorlopig gezamenlijk standpunt van de Raad over een deel van het voorstel, waarmee de onderhandelingen verder kunnen terwijl andere onderdelen nog openliggen. Het ECF ondersteunt de hele, niet-lineaire investeringsketen, van onderzoek tot marktintroductie, met voor 2028-2034 een indicatief budget van 234,3 miljard euro. Daarmee verschilt het fundamenteel van Horizon Europe, dat zich op onderzoek en innovatie richt.
In de PGA leggen de lidstaten meer nadruk op hun eigen rol bij het bepalen van de prioriteiten van het fonds. Dat doen zij vooral via aanpassingen in de werking van het programmacomité, in het document het 'ECF General Committee' genoemd. Volgens de tekst moeten de lidstaten al in een vroeg stadium strategische input kunnen leveren over de algemene richting en prioriteiten van het ECF. Daarvoor kan het comité bijeenkomen vóór de start van de begrotingsperiode en opnieuw na drie jaar, om aanbevelingen te doen over de strategische koers. Daarnaast moeten de lidstaten voortaan formeel advies uitbrengen over voorgestelde uitvoeringshandelingen. Het comité dient daarnaast als forum voor samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten, onder meer over de steun aan het mkb en start-ups. De Commissie moet het advies van het comité meewegen bij de uitvoering van het fonds.
Om te zorgen dat het ECF en het Horizon Europe 2028-2034 elkaar versterken in plaats van overlappen, voorziet de Raad in een gezamenlijke sessie tussen de programmacomités van beide instrumenten. Het gaat hier om het Algemene Comité van het ECF en het comité van Horizon Europe, die in een gezamenlijke zitting de raakvlakken op het gebied van gezamenlijk onderzoek en innovatie bespreken. In deze programmacomités bepalen de lidstaten samen met de Commissie de koers van een programma. Zo wil de Raad de samenhang waarborgen tussen het ECF, dat zich richt op de uitrol en opschaling van innovatie, en Pijler 2 van Horizon Europe, dat het bijbehorende onderzoek financiert. Volgens overweging 21 kan het ECF bovendien European Universities-allianties en publiek-private partnerschappen tussen universiteiten, het beroepsonderwijs (VET) en bedrijven ondersteunen.
De Raad doet bovendien een concreet voorstel voor de wijze waarop wordt bepaald welke collaboratieve defensiegerelateerde onderzoeksprojecten via het ECF worden gefinancierd. Net als in het Commissievoorstel staat in het deelakkoord dat dit soort acties, van fundamenteel tot toegepast onderzoek, moet worden gefaciliteerd door het beleidsvenster van het fonds dat zich richt op weerbaarheid, veiligheid, defensie-industrie en ruimtevaart. De Raad voegt hier echter aan toe dat de resultaten van de vijftien Capability Technology Groups ('CapTechs') van het Europees Defensieagentschap (EDA) mogelijk als input zullen dienen voor de precieze vormgeving van deze O&I-acties. In deze CapTechs komen belanghebbenden vanuit verschillende overheden, kennis- en onderzoeksinstellingen en industrie momenteel al samen om hiaten in de technologische capaciteiten van de EU in kaart te brengen. Daarnaast identificeren zij op welke terreinen Europese samenwerking voor de hand ligt.
Met dit deelakkoord heeft de Raad zijn onderhandelingsmandaat bepaald. Eerder publiceerden rapporteurs Dan Nica en Christian Ehler van de ITRE-commissie in het Parlement al hun conceptrapport over het ECF. Neth-ER publiceerde in april ook een reactie op dit document, waarin benadrukt wordt dat de voorgestelde amendementen een constructieve stap vormen naar een geloofwaardiger en voorspelbaarder ECF. Het Parlement stemt op 10 september over zijn definitieve positie. Hierna kunnen de interinstitutionele onderhandelingen tussen de Commissie, het Parlement en de Raad beginnen (de ‘triloog’).