Dossier: Dual-use
Het tiende kaderprogramma (KP10) moet projecten waarvan de resultaten zowel civiele als militaire toepassingen hebben, gaan financieren. Dit stelt de Europese Commissie in het KP10-voorstel voor dat zij in juli 2025 presenteerde. Tot nu toe was de focus van Horizon Europe en haar voorgangers formeel altijd strikt civiel. Op advies van experts breekt de Commissie nu met dat principe. De strikte scheiding zou zogezegd tot onnodige overlap en versnippering in de civiele en militaire sectoren leiden. De Commissie stelt dat Europa zich dit in de huidige geopolitieke context niet kan veroorloven. Hoe is deze wending tot stand gekomen en welke gevolgen zou deze toepassing hebben voor het kennisveld?
Laatste update: 6 augustus 2026
Wat stelt de Commissie voor?
In haar voorstel voor het volgende kaderprogramma (KP10) zet de Europese Commissie uitdrukkelijk in op projecten met dual-use toepassingen. Daarmee volgt zij de aanbevelingen van meerdere expertrapporten, waaronder dat van Sauli Niinistö over Europese paraatheid op het gebied van defensie en van Manuel Heitor over de impact van onderzoek en innovatie (O&I). Beide pleiten voor een sterkere verankering van dual-use in het Europese kader voor O&I om de strategische autonomie van de EU te versterken.
Belangrijk om te vermelden: binnen Horizon Europe wordt al onderzoek uitgevoerd met dual-use potentie - denk aan projecten als ARESIBO, ROBORDER en MARISA op het gebied van surveillance, of de projecten in Cluster 3 rond cybersecurity, weerbaarheid en post-kwantum cryptografie. Volgensd de Commissie wordt dit onderzoek echter onvoldoende afgestemd op defensiebehoeften om daadwerkelijk de defensiemarkt te bereiken. Dat zou leiden tot inefficiëntie: dubbele inspanningen, kostbare aanpassingen in een laat stadium en gemiste kansen voor snelle inzetbaarheid.
De kernvraag voor dual-use in KP10 is dus: hoe richt je het programma zo in dat civiele en defensiegerichte O&I-trajecten elkaar effectief versterken - en dat er concrete paden ontstaan van civiele innovatie naar militaire eindgebruikers? Het antwoord van de Commissie behoeft verdere concretisering. Het voorstel stelt slechts dat KP10 "mogelijk dual-use acties zal ondersteunen." Verder wordt de EIC in Pijler 3 aangewezen als financier van dual-use start-ups en scale-ups. De overige onderdelen van het programma worden niet expliciet aan dual-use gekoppeld. De reikwijdte van de financiering en het concrete mechanisme om dual-use projecten sneller de defensiemarkt te laten betreden, moeten nog worden uitgewerkt.
Wel heeft de Commissie onlangs aangekondigd dat er geen specifieke veiligheids- en ethische procedures voor dual-use komen. Dual-use zal worden geïntegreerd in programma-brede procedures voor kennisveiligheid, zodat risico's tijdig geïdentificeerd kunnen worden
Wat is dual-use onderzoek en innovatie?
Een complicerende factor is dat er geen eenduidige definitie van dual-use bestaat. De Europese exportverordening voor dual-use items (2021) specificeert een aantal kritieke domeinen waarbinnen producten zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben. In dit document worden tien verschillende categorieën genoemd, waaronder telecommunicatie, sensoren en lasers, elektronica en navigatie. Academici hanteren soms echter een bredere definitie, waarin verwezen wordt naar alle onderzoeksresultaten, ongeacht het domein, die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen dienen. In deze interpretatie zijn het niet alleen producten, software of technologieën die dual-use toepassingen kunnen hebben, maar ook de resultaten van fundamenteel onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek op het gebied van de menselijke psychologie of desinformatie.
In de context van KP10 heeft de Commissie nog geen uitsluitsel gegeven over de criteria aan de hand waarvan vastgesteld zal worden of een project als dual-use kwalificeert. Het blijft daarom moeilijk voor onderzoekers om te bepalen wanneer hun onderzoek dual-use potentieel heeft. Gaat het om een lijst van reeds gedefinieerde technologieën of is het de taak van de onderzoekers om aan te tonen op welke manier hun onderzoek zowel civiele als militaire toepassingen zou kunnen hebben?
En wat zijn de concrete gevolgen voor het kennisveld?
Naast dat er onduidelijkheid leeft over wat de Commissie precies bedoelt met dual-use onderzoek en innovatie, heeft de kennissector ook vragen over de concrete gevolgen van dit beleid. Ten eerste, wat betekent het openstellen van het programma voor dual-use onderzoek en innovatie concreet voor de regels voor deelname aan het programma? Veiligheidsvoorschriften en regelgeving zijn immers wezenlijk anders dan die voor zuiver civiel onderzoek. Dit raakt aan een tweede vraag: Wat gaat het uitvoeren van dual-use onderzoek betekenen voor de toegang tot het programma van geassocieerde landen? Landen als Zwitserland vrezen dat een focus op dual-use het programma minder toegankelijk zal maken. Militaire toepassingen van onderzoeksresultaten vragen wellicht om meer geslotenheid vanuit de lidstaten ten behoeve van de Europese kennisveiligheid. Dit zou kunnen leiden tot minder openheid tegenover derde landen.
Voor de meeste organisaties in de O&I-sector is dual-use een nieuw en complex onderwerp. Neth-ER pleit daarom voor meer informatie over de mogelijke gevolgen van dual-use O&I in het kaderprogramma.
Het Europees Parlement zoekt naar detail
Ook het Europees Parlement stuurt aan op meer informatie over hoe de Commissie dual-use wil integreren in het kaderprogramma. Het conceptrapport van rapporteur Christian Ehler van de commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) gaat slechts in beperkte mate in op dit aspect van KP10. Het advies van de commissie veiligheid en defensie (SEDE) stelt daarentegen wel een aantal concrete amendementen voor. Zo moeten er aanvullende regels en veiligheidsvereisten komen voor geassocieerde landen om aan dual-use acties te mogen deelnemen. Daarnaast zouden projecten met dual-use toepassingen alleen in aanmerking komen voor financiering wanneer het desbetreffende werkprogramma een call expliciet openstelt voor dergelijke acties. Deze calls zouden bovendien uitsluitend openstaan voor projecten die een “technology readiness level” (TRL) van ten minste 6 hebben bereikt. Dit betekent dat er een prototype getest en gedemonstreerd wordt.
Tenslotte moet er volgens SEDE een versneld mechanisme (fast track) komen waarmee dual-use projecten sneller opgenomen worden in de werkprogramma’s van het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). In het conceptrapport van rapporteurs Ehler en Nica over het ECF wordt een ‘Vanguard Programme for Early Research in European Defence’ geïntroduceerd, evenals een ‘Programme for Defence-Oriented Breakthrough Research for Europe’ en een ‘Programme for Scaling High Impact Innovation for European Leadership in Defence’. Deze drie instrumenten bieden een voorstel voor de manier waarop mogelijkheden voor militaire toepassingen die voortvloeien uit onderzoek en innovatie met dual-use potentie in KP10, buiten Horizon (en in het ECF) gefinancierd zouden kunnen worden.
Een concreet voorstel voor dual-use in Horizon vanuit de Raad?
In het deelakkoord dat de lidstaten in juni 2026 over KP10 bereikten, wordt het voorstel van de Commissie ook verder geconcretiseerd. De Raad stelt dat er zowel top-down ‘dual-use-by-design’-calls als open, bottom-up dual-use calls moeten komen in het volgende Horizon Europe programma. Dit betekent dat er bepaalde calls in het werkprogramma zullen zijn die expliciet inzetten op technologieën en producten waarvan verwacht wordt dat ze zowel civiele als defensietoepassingen hebben. Buiten deze calls om zullen onderzoekers ook voor overige aanvragen aan kunnen geven of hun onderzoek dual-use is. Dit wordt ook wel de ‘bottom-up’ benadering voor dual-use genoemd.
Wat zijn de volgende stappen?
De komende maanden werkt de ITRE-commissie van het Europees Parlement aan haar gezamenlijke positie over het tiende kaderprogramma (KP10), het specifieke programma (SP10) en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). In september stemt ITRE over de drie ontwerpverslagen. De plenaire stemming staat gepland voor oktober 2026, waarmee het Parlement zijn formele positie vaststelt voor de onderhandelingen met de Raad en de Commissie.
Laatste update: 6 augustus 2026
Wat stelt de Commissie voor?
In haar voorstel voor het volgende kaderprogramma (KP10) zet de Europese Commissie uitdrukkelijk in op projecten met dual-use toepassingen. Daarmee volgt zij de aanbevelingen van meerdere expertrapporten, waaronder dat van Sauli Niinistö over Europese paraatheid op het gebied van defensie en van Manuel Heitor over de impact van onderzoek en innovatie (O&I). Beide pleiten voor een sterkere verankering van dual-use in het Europese kader voor O&I om de strategische autonomie van de EU te versterken.
Belangrijk om te vermelden: binnen Horizon Europe wordt al onderzoek uitgevoerd met dual-use potentie - denk aan projecten als ARESIBO, ROBORDER en MARISA op het gebied van surveillance, of de projecten in Cluster 3 rond cybersecurity, weerbaarheid en post-kwantum cryptografie. Volgensd de Commissie wordt dit onderzoek echter onvoldoende afgestemd op defensiebehoeften om daadwerkelijk de defensiemarkt te bereiken. Dat zou leiden tot inefficiëntie: dubbele inspanningen, kostbare aanpassingen in een laat stadium en gemiste kansen voor snelle inzetbaarheid.
De kernvraag voor dual-use in KP10 is dus: hoe richt je het programma zo in dat civiele en defensiegerichte O&I-trajecten elkaar effectief versterken - en dat er concrete paden ontstaan van civiele innovatie naar militaire eindgebruikers? Het antwoord van de Commissie behoeft verdere concretisering. Het voorstel stelt slechts dat KP10 "mogelijk dual-use acties zal ondersteunen." Verder wordt de EIC in Pijler 3 aangewezen als financier van dual-use start-ups en scale-ups. De overige onderdelen van het programma worden niet expliciet aan dual-use gekoppeld. De reikwijdte van de financiering en het concrete mechanisme om dual-use projecten sneller de defensiemarkt te laten betreden, moeten nog worden uitgewerkt.
Wel heeft de Commissie onlangs aangekondigd dat er geen specifieke veiligheids- en ethische procedures voor dual-use komen. Dual-use zal worden geïntegreerd in programma-brede procedures voor kennisveiligheid, zodat risico's tijdig geïdentificeerd kunnen worden
Wat is dual-use onderzoek en innovatie?
Een complicerende factor is dat er geen eenduidige definitie van dual-use bestaat. De Europese exportverordening voor dual-use items (2021) specificeert een aantal kritieke domeinen waarbinnen producten zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben. In dit document worden tien verschillende categorieën genoemd, waaronder telecommunicatie, sensoren en lasers, elektronica en navigatie. Academici hanteren soms echter een bredere definitie, waarin verwezen wordt naar alle onderzoeksresultaten, ongeacht het domein, die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen dienen. In deze interpretatie zijn het niet alleen producten, software of technologieën die dual-use toepassingen kunnen hebben, maar ook de resultaten van fundamenteel onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek op het gebied van de menselijke psychologie of desinformatie.
In de context van KP10 heeft de Commissie nog geen uitsluitsel gegeven over de criteria aan de hand waarvan vastgesteld zal worden of een project als dual-use kwalificeert. Het blijft daarom moeilijk voor onderzoekers om te bepalen wanneer hun onderzoek dual-use potentieel heeft. Gaat het om een lijst van reeds gedefinieerde technologieën of is het de taak van de onderzoekers om aan te tonen op welke manier hun onderzoek zowel civiele als militaire toepassingen zou kunnen hebben?
En wat zijn de concrete gevolgen voor het kennisveld?
Naast dat er onduidelijkheid leeft over wat de Commissie precies bedoelt met dual-use onderzoek en innovatie, heeft de kennissector ook vragen over de concrete gevolgen van dit beleid. Ten eerste, wat betekent het openstellen van het programma voor dual-use onderzoek en innovatie concreet voor de regels voor deelname aan het programma? Veiligheidsvoorschriften en regelgeving zijn immers wezenlijk anders dan die voor zuiver civiel onderzoek. Dit raakt aan een tweede vraag: Wat gaat het uitvoeren van dual-use onderzoek betekenen voor de toegang tot het programma van geassocieerde landen? Landen als Zwitserland vrezen dat een focus op dual-use het programma minder toegankelijk zal maken. Militaire toepassingen van onderzoeksresultaten vragen wellicht om meer geslotenheid vanuit de lidstaten ten behoeve van de Europese kennisveiligheid. Dit zou kunnen leiden tot minder openheid tegenover derde landen.
Voor de meeste organisaties in de O&I-sector is dual-use een nieuw en complex onderwerp. Neth-ER pleit daarom voor meer informatie over de mogelijke gevolgen van dual-use O&I in het kaderprogramma.
Het Europees Parlement zoekt naar detail
Ook het Europees Parlement stuurt aan op meer informatie over hoe de Commissie dual-use wil integreren in het kaderprogramma. Het conceptrapport van rapporteur Christian Ehler van de commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) gaat slechts in beperkte mate in op dit aspect van KP10. Het advies van de commissie veiligheid en defensie (SEDE) stelt daarentegen wel een aantal concrete amendementen voor. Zo moeten er aanvullende regels en veiligheidsvereisten komen voor geassocieerde landen om aan dual-use acties te mogen deelnemen. Daarnaast zouden projecten met dual-use toepassingen alleen in aanmerking komen voor financiering wanneer het desbetreffende werkprogramma een call expliciet openstelt voor dergelijke acties. Deze calls zouden bovendien uitsluitend openstaan voor projecten die een “technology readiness level” (TRL) van ten minste 6 hebben bereikt. Dit betekent dat er een prototype getest en gedemonstreerd wordt.
Tenslotte moet er volgens SEDE een versneld mechanisme (fast track) komen waarmee dual-use projecten sneller opgenomen worden in de werkprogramma’s van het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). In het conceptrapport van rapporteurs Ehler en Nica over het ECF wordt een ‘Vanguard Programme for Early Research in European Defence’ geïntroduceerd, evenals een ‘Programme for Defence-Oriented Breakthrough Research for Europe’ en een ‘Programme for Scaling High Impact Innovation for European Leadership in Defence’. Deze drie instrumenten bieden een voorstel voor de manier waarop mogelijkheden voor militaire toepassingen die voortvloeien uit onderzoek en innovatie met dual-use potentie in KP10, buiten Horizon (en in het ECF) gefinancierd zouden kunnen worden.
Een concreet voorstel voor dual-use in Horizon vanuit de Raad?
In het deelakkoord dat de lidstaten in juni 2026 over KP10 bereikten, wordt het voorstel van de Commissie ook verder geconcretiseerd. De Raad stelt dat er zowel top-down ‘dual-use-by-design’-calls als open, bottom-up dual-use calls moeten komen in het volgende Horizon Europe programma. Dit betekent dat er bepaalde calls in het werkprogramma zullen zijn die expliciet inzetten op technologieën en producten waarvan verwacht wordt dat ze zowel civiele als defensietoepassingen hebben. Buiten deze calls om zullen onderzoekers ook voor overige aanvragen aan kunnen geven of hun onderzoek dual-use is. Dit wordt ook wel de ‘bottom-up’ benadering voor dual-use genoemd.
Wat zijn de volgende stappen?
De komende maanden werkt de ITRE-commissie van het Europees Parlement aan haar gezamenlijke positie over het tiende kaderprogramma (KP10), het specifieke programma (SP10) en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). In september stemt ITRE over de drie ontwerpverslagen. De plenaire stemming staat gepland voor oktober 2026, waarmee het Parlement zijn formele positie vaststelt voor de onderhandelingen met de Raad en de Commissie.






